Ouderenzorg: is het echt zo erg?

zorgzwaartepakketZorgzwaarte pakketten

Toen ik elf was ging mijn oma naar een verpleeghuis. Ze was dement. Mijn moeder is altijd erg tevreden geweest over de zorg die mijn oma daar kreeg.

Onthutsend kijkje in de ouderenzorg

Maar sindsdien is er veel veranderd in de zorg. In de bibliotheek zag ik Ivo van Woerdens boek ‘Undercover in de ouderenzorg‘ liggen met als ondertitel ‘Dagboek van een bejaardenbroeder’. Ik was benieuwd, en nam het mee.

Het is een prettig geschreven boek, maar de inhoud was akelig!

Maar ik ben nu wel een stuk wijzer over de ouderenzorg! Ik wist bijvoorbeeld niet dat er tegenwoordig met zorgzwaartepakketten wordt gewerkt.

Hier onder zet ik de belangrijkste informatie uit Ivo van Woerdens boek voor je op een rijtje.

Hoe het geld verdeeld wordt in de zorg

Tot 1 januari 2010 kreeg een zorginstelling geld op basis van de volgende punten:

  • Grootte
  • Aantal bedden, ongeacht wie er in lag
  • Welke zorg er nodig was

Op 1 januari 2010 voerde de overheid een nieuw systeem in voor de zorg. Het idee was om meer te denken vanuit de cliënt. Dus niet uitgaan van de zorg die beschikbaar is, maar kijken naar welke zorg nódig is voor iemand.

Zorgzwaartepakketten

Welke zorg iemand nodig heeft wordt nu vastgelegd in een ZZP = zorgzwaartepakket. In totaal zijn er 10 zorgzwaartepakketten. Hoe meer zorg je nodig hebt, hoe hoger het pakket, en hoe meer geld er beschikbaar is voor de zorg. Het voordeel van een zorgzwaartepakket is dat je precies kunt zien wat iemand kost.

Hoe die zorg precies wordt gegeven en ingevuld wordt per zorgvrager uitgewerkt in een zorgplan.

Wie bepaalt het zorgzwaartepakket?

Het CIZ = Centrum Indicatiestelling Zorg kijkt op welke zorg iemand recht heeft, en geeft aan welk zorgzwaartepakket je krijgt. Het zorgkantoor van je regio koppelt daar een bedrag per dag aan.

De macht van het zorgkantoor

Zorgkantoren hebben veel macht. Zij bepalen aan wie ze het geld geven. Prof. dr. Guus van Montfort vat het zo samen: In de zorg heeft de patiënt een vraag: hij heeft hulp nodig. Maar de portemonnee heeft hij niet. Die heeft het zorgkantoor!

De zorgvraag en het geld zijn dus van elkaar gescheiden.

Van Montfort vind dat mensen zelf moeten kunnen bepalen waar ze hun geld aan uitgeven. Dat zorgt er volgens hem meteen voor dat instellingen ouderen beter gaan behandelen: ze willen immers niet dat hun klant elders zijn geld gaat uitgeven. Daarom is van Montfort voor PGB’s.

Zorgzwaartepakketten: kritiek

Het idee van mensen precies die zorg bieden die ze nodig hebben klinkt goed. Maar in de praktijk leidt het tot een grote papierwinkel, tekort aan personeel en te weinig tijd om mensen goed te verzorgen. Bovendien blijkt het aantal uren dat een verzorger op basis van een zorgzwaartepakket aan een bewoner mag geven, meestal te weinig te zijn. Sommige verzorgers in het boek Undercover in de ouderenzorg noemen het dan ook een verkapte bezuinigingsmaatregel!

Om meer uren aan een bewoner te kunnen besteden moet de verzorger dan eerst een zwaarder zorgzwaartepakket aanvragen. Dat geeft administratieve rompslomp, en levert eigenlijk nog steeds te weinig extra uren op.

Het boek Undercover in de ouderenzorg vond ik beslist geen aanbeveling voor het huidige systeem!

Heb jij ervaring met de ouderenzorg? Als verzorger of als familie van een ouderen? Hoe zijn jouw ervaringen?

15 Responses to Ouderenzorg: is het echt zo erg?

  1. Wel als werknemer in de gehandicaptenzorg en wat je boven omschrijft klinkt mij zeer bekend in de oren.
    Zorgkantoren wachten ook tot het laatste moment met bekend maken hoeveel minder geld instellingen krijgen vanwege bezuinigingen. Daar zit ook eeb stuk macht. Instellingen moeten dus maar zo goed mogelijk anticiperen op minder inkomsten. Schandelijk is het.

  2. Nog geen ervaring maar met ouders in de tachtig zal dat nog wel komen.

    Een groot probleem lijkt me ook dat er dan een ijkpunt is hoeveel zorg iemand nodig heeft, maar dat kan een week later wel veel meer zijn.

  3. http://www.nursing.nl/Verpleegkundigen/Achtergrond/2014/3/Mensen-buiten-de-zorg-beseffen-niet-dat-dit-de-werkelijkheid-is-1488190W/

    ‘Vandaag gaat ze naar huis. Na zes maanden in een verpleeghuis te hebben verbleven, zou je denken dat het een verheugende gebeurtenis is. Niets is minder waar. Vandaag geen gebak, vandaag gaat de vlag halfstok.
    Ze woont alleen in een klein huisje in een klein dorp. Haar man is overleden, hun enige dochter heeft ms.
    Zij mist haar linkeronderbeen en een deel van haar gezichtsvermogen. Haar man overleed aan de gevolgen van dementie en ze is blij dat zij helder van geest is. Ze noemt dat zelf altijd een geluk bij een ongeluk.
    Tot vandaag. Want vandaag mag ze naar huis. Een huis dat ontoegankelijk is voor de rolstoel. Het toilet en de badkamer zijn te klein om er te manoeuvreren.
    Ze zal naar binnen worden gereden op een brancard. Ze zal in de rolstoel worden geholpen. Er zal twee keer per dag iemand komen om haar in en uit bed te helpen. Drie keer per dag worden haar eten en medicijnen gebracht. Ze zal daar de rest van de dag zitten. In een luier. Ze zal daar de rest van haar léven zitten. Omdat ze, met haar heldere geest, in staat is om op een belletje te drukken.
    Op een belletje kunnen drukken telt sinds kort namelijk als teken van zelfredzaamheid.
    Welkom in onze verzorgingsstaat.’

  4. Mijn man is systeembeheerder in een verzorgingshuis. Ruim twee jaar geleden werd er een afdeling dementie bij gebouwd, zonder zo’n afdeling zouden ze te weinig geld krijgen om nog te bestaan. Hij probeert als het even kan te voorkomen dat hij die afdeling op moet (gelukkig werken ze er vooral met laptops die ze even bij hem langs kunnen brengen als het nodig is), omdat die zorggroep voor hem ontzettend zwaar is om mee om te gaan. Op een gegeven moment zal dat niet meer kunnen, want zoals het nu gaat zal er al snel geen geld meer zijn om ouderen die niet terminaal of zwaar dementerend zijn daar te laten wonen.

    Wat ik zo merk gaat het de verzorgen echt ontzettend aan het hart. Die zijn voornamelijk de zorg in gegaan omdat ze mensen willen hélpen, dus er gebeurt standaard meer dan eigenlijk uit kan; en dan nog is het eigenlijk te weinig.

  5. Sinds 2010 werk ik in de ouderenzorg op een afdeling met (zwaar)dementerenden.
    Ik vind het de leukste baan die er is maar ook een hele zware.
    Ik heb het geluk om op kleinschalig wonen te werken en ben tijdens mijn dienst verantwoordelijk voor 6 dementerende bewoners. Wij hebben ‘bungalows’ op de afdeling en die zijn steeds geschakeld dus kan, bij nood, op een collega terugvallen en zij op mij.
    Mensen komen pas bij ons met een hogere ZZP en dus in een later stadium van dementie. Mantelzorgers zijn dan al behoorlijk overbelast geraakt is de ervaring.

    Je merkt dat door de bezuinigingen er intern veranderingen worden doorgevoerd, sommige ten goede en andere niet.
    Er vallen ook bij ons al ontslagen i.v.m. de bezuinigingen die er nu worden doorgevoerd. Jammer, want meer handen aan het bed komen de bewoners juist ten goede.

    Maar ondanks alles blijf ik met plezier naar mijn werk gaan en zal ik onze bewoners de zorg geven die ze nodig hebben 🙂

    • Het lijkt me inderdaad heel mooi en dankbaar werk. Hoewel ik dus ook wel begrijp dat je als verzorgende behoorlijk onder druk staat.

      Fijn dat je er toch nog plezier aan kunt beleven. De bewoners boffen met je.

    • Wat een groot goed Joke, het plezier in je werk.
      Ik vind het moeilijk op het moment.
      Ik zou best de switch willen maken van gehandicaptenzorg naar ouderenzorg. Lijkt me erg interessant.

  6. Ik ben meer dan 15 jaar mantelzorger geweest. Eerst voor mijn vader en later voor mijn moeder. Omdat ik kleine zelfstandige (met atelier aan huis) ben kon ik dat meestal gemakkelijk inpassen. Omdat mijn moeder het laatste jaar van haar leven een alarmknop had heb ik zelfs een keer het mantelzorgcompliment gekregen! In de omgeving van mijn moeder woonden en in mijn eigen omgeving wonen veel oudere mensen (80 jaar en ouder). Hardop durf ik het amper te zeggen maar ik vind de ouderen vaak erg ontevreden (wij hebben het land opgebouwd, wij hebben recht op, de jeugd (ik ben 64) denkt nooit aan ons) En klagen over het eten in het verzorgingstehuis, de huisarts die zo weinig tijd heeft, de thuiszorgmedewerkster die een kwartier te laat komt. En niet vragen waarom……..Ik werk vanaf mijn zestiende, betaal vanaf mijn 18E premies o.a. voor de AOW, WW, en graag, ik vind dat we met z’n allen verantwoordelijk zijn voor een leefbare samenleving ……. met z’n allen dus!

  7. Overigens, om ook een positief geluid te laten horen … 😉 De vader van mijn ex-vriend was aan het dementeren, en toen hij niet meer zelfstandig woonde, maar in een verzorgingshuis kwam, knapte hij enorm op. De laatste keren dat ik hem zag leek hij zelfs weer even door te hebben dat ik bij zijn zoon hoorde, iets wat toen hij nog zelfstandig woonde er echt niet in zat.

  8. Ik bezorg post .o.a. in een verpleeghuis met daarnaast een aanleunwoningencomplex. Mij valt op dat de liften van de vleugelgebouwen vaak stuk zijn. De lift van het middengedeelte werkt altijd wel. Ik moet dan met de postzakken het trappenhuis door, maar ik vraag me af hoe die oudjes dat moeten doen, en wat als er brand uitbreekt. Het schijnt dat er te weinig budget is om de liften te renoveren.

Leave a reply

CommentLuv badge