Het denomination effect en het ‘What-the-hell-effect’

We geven kleine biljetten, en muntgeld, makkelijker uit dan grote biljetten! Dit fenomeen staat bekend als het ‘denomination effect‘. Ik herken me hier helemaal in! Een briefje van 20 euro ‘breek’ ik veel minder makkelijk ‘aan’, dan een briefje van 10. Een manier om te besparen is dan ook kiezen voor grote biljetten.

Maar pas op voor het ‘What-the-hell-effect’!

Helaas schuilt ook hierin een gevaar, namelijk het ‘What-the-hell-effect‘: is zo’n groot briefje eenmaal aangebroken dan maakt zich van menigeen het ‘What-the-hell-effect’ meester. ‘Nu maakt het toch niet meer uit!’ Helaas herken ik mij hier ook helemaal in.

Van dit effect heb ik zelfs last als ik een stuk chocolade eet. Ook dan slaat het ‘What-the-hell-effect’ toe: nu kan ik net zo goed ook die zak chips opvreten. Maar dit terzijde.

Om zowel het denomination effect en het ‘What-the-hell-effect’ te vermijden, pin ik het liefst. De extra bonus vind ik, dat de bank dan als het ware mijn administratie voor mij bijhoudt.

In welk van deze twee effecten ken jij jezelf? In allebei? Of in geen eentje?

8 Responses to Het denomination effect en het ‘What-the-hell-effect’

  1. ik herken me in geen een van de twee. ik ben denk ik ook iemand die koopt wat die echt nodig heeft en heb ik wel zin om gek te doen dan doe ik het ook. Wel of geen grote biljetten. Als ik maar geen kleingeld in de portemonnee heb!

  2. Ik herken ze allebei wel, gelukkig probeer ik er nu beter op te letten! Bij mij is het soms ook zo dat zo’n briefje zo groot is (en dat hoeft dan geen duizendje te zijn, maar kan ook best vijftig euro zijn), dat ik het gevoel heb dat het niet op kan. En dan kom je er vrij snel achter dat dat wel het geval is 😉

  3. Hier in Spanje is het nog steeds doodnormaal om contact te betalen, ook grote bedragen.
    Onze bankpas heeft pas sinds een maand of twee een chip, waardoor we met pincode kunnen betalen (daarvóór was het met handtekening).
    In de portemonnee dus veel biljetten, ook grote. De grote breek ik juist wel aan, zodat ik daarna weer kleinere heb (is dat ook een effect?).

  4. We pinnen haast alles. Muntstukken in onze beurs is niet leuk. De dubbeltjes, stuivertjes ( ik weet het eurogeld is geen hollands geld)
    gaan er direct uit. In twee verschillende potjes. Twee Euromunten is het zakgeld voor vakanties -dus die gaan er ook uit-en de 50 cts. munten verdwijnen voor een deel in een potje op de trap voor collectes.
    Zo heeft iedere gek zijn gebrek.
    Hartelijke groet en tot laters
    Gerrie

  5. We pinnen bijna alles – tenminste, overal waar het kan. Enkel voor de zondagsmarkt hebben we cash geld en van de overschot koop ik dan in de week er op het brood. Wel probeer ik van toch altijd minstens 5 euro op zak te hebben 😉

Leave a reply

CommentLuv badge