Recreatief winkelen relatief nieuw verschijnsel

Keuzestress en ‘recreatief winkelen’ zijn relatief nieuwe verschijnselen. Nog niet eens zo lang geleden, had je niet zoveel keuzemogelijkheden, en recreatief winkelen bestond niet.

Terwijl mijn dochters shoppen bij de H&M, en daar uitgebreid het assortiment bekijken en passen, groeide mijn moeder nog op met een verkoopster die drie jurken voor haar bij elkaar zocht, waaruit ze mocht kiezen.

Ik vroeg mijn moeder (65) eens op te schrijven hoe kleding kopen ‘vroeger’ ging. Mijn moeder was het nakomertje in een boerengezin van vier kinderen, en is geboren en getogen in de Achterhoek. In het naburige dorp Varsseveld hadden ze toen maar liefst twee kledingzaken: Weenink dat inmiddels ter ziele is, en Duthler dat nu maar liefst dertig vestigingen in Nederland heeft!

Dit is mijn moeders verhaal over kleding kopen in de jaren vijftig!

Kleding kopen in de jaren 50

door Jannie Berendsen

Mijn moeder ging twee keer per jaar met mij naar Weenink om voor mij een ‘kleed’ te kopen. Ervaren, indrukwekkende, verkoopsters stonden mijn moeder te woord, en pakten vervolgens een paar kleedjes uit het rek, die ik mocht passen.

Mijn moeder bekeek zo’n kleedje van alle kanten om te bepalen of het wel groot genoeg was voor twee of drie seizoenen, en keek naar naar het prijskaartje. Het beste kleedje kreeg ik dan. Thuis ging het de kast in om het te bewaren voor ‘het beste’, dat wil zeggen een bruiloft of iets dergelijks.

Thuis droeg ik een ‘kleedje’ van vorige seizoenen om in te spelen. Mijn moeder had de rok van zo’n kleedje meestal al verlengd met een strook andere stof, zodat het me nog paste. Naar school droeg ik ‘het tussenkleedje’.

Ik herinner mij dat ik ooit een topper, een soort jasje, kreeg in een eigele kleur. Ik vond het de meest afschuwelijke jas ooit, maar ja, hij kostte maar 5 gulden en dat was belangrijk. Ik herinner me soms nog het gevoel als ik weer iets zie in die kleur!

Mijn moeder: jurk wordt nachtpon

Mijn moeder kocht voor zichzelf kleding op precies dezelfde manier. Van versleten jurken knipte ze de hals uit, en droeg ze vervolgens in bed als nachtpon. Later kocht ze wel echte nachtponnen.

Mijn vader: één pak per vijf jaar

Mijn vader kocht ook bij Weenink: één keer in de vijf jaar een nieuw pak. Hij ging dan tijdens de opruiming. Hij sprak dan de eigenaar, Antoon Weenink, persoonlijk aan en vroeg naar een pak voor de loop (om door de week te dragen). Antoon Weenink droeg dan een paar pakken aan, en mijn vader koos de goedkoopste. Thuis ging ook dat pak de kast in om te bewaren ‘voor het beste’.

Mijn ouders vonden het aan hun boerenstand verplicht bij Weenink te kopen en niet bij Duthler. Dat vonden ze namelijk ‘geen kwaliteit’, en een boer moest voor kwaliteit kiezen – dus ook roomboter eten!

Positiekleding

Positiekleding was schaars toen ik zwanger was van mijn oudste dochter in 1968, en alleen te koop bij Bambino in Doetinchem. Daar verkochten ze ook wiegen, kinderwagens en dergelijke. Ik had twee positiejurken waarvan één dezelfde was als van mijn buurvrouw. Die jurk heb ik dus erg vaak gezien!

– Einde –

Is het niet wonderlijk hoe snel kleding kopen veranderd is? Hoe zijn de ervaringen van jullie ouders?
Gingen zij al echt ‘winkelen’?
Hoeveel tijd per maand besteed jij aan ‘recreatief winkelen‘?

13 Responses to Recreatief winkelen relatief nieuw verschijnsel

  1. Ik ben opgegroeid met het zelf maken van kleding. In een kledingwinkel kwamen we alleen voor kousen en ondergoed. In 1969 had ik twee stuks positiekleding. En in 1975 weer. Wel anders, want ik maakte het zelf. Ook de kinderkleding. Voor de zoon(1969) veel meer zelfgemaakt dan voor dochter(1976). Rond 1980 kwamen de joggingpakken en dat was een uitkomst voor onze dochter. Een nieuw pak kostte haast geen knoop.
    De laatste twintig jaar koop ik ook kant en klare kleding. Wanneer het winkelen begonnen is, sorry, dat weet ik niet meer. Maar je kunt er mij ook geen plezier mee doen. Ook nu stap ik bij Heije Wubs binnen en vertel wat ik graag wil en loop er met de korter gemaakte kleding weer uit met de kleding in een tas.
    Hartelijke groet en tot laters
    Gerrie

  2. Bij ons kwam een winkelman met een koffervol aan de deur eens in de zoveel tijd en als er geld was mochten we wel eens wat uitzoeken. De meeste kleding kregen we en ik was de jongste dus kreeg ik weinig nieuwe kleding. Maar als we kleding kregen waren we er erg blij mee.
    Hier geld nog het principe, oude kleding thuis en nette voor buiten de deur. Zelden nog koop ik nieuwe kleding en dan moet ik er tegen aan lopen. Op het platteland zijn geen kledingwinkels en dat is denk ik een voordeel.

  3. Ik hou niet van winkelen en ga alleen als ik echt kleding nodig heb. Hoewel ik soms aan recreatief window-shopping doe op internet. Natuurlijk ben ik niet zo extreem als je moeder, waarom zou ik ook als ik er wel het geld voor heb maar ik kan niet goed dingen kopen die ik niet écht nodig heb.

    Mijn moeder, tjah, die is waarschijnlijk van de generatie waar het grootste gros van de mensen hier zelf is. 😀

  4. Wat een ontzettend leuke post. Wat grappig om te lezen hoe het vroeger ging. Ik ga volgende week aan ‘mijn mevrouw’ ook eens vragen hoe dat vroeger bij hen ging.

    Wij kregen vroeger altijd zakken met kleding van een vrouw uit het dorp. We stonden dan te springen van blijdschap. Zo spannend om die zakken uit te zoeken en er het leukste uit te zoeken. Kleding werd pas echt belangrijk toen ik naar de middelbare school ging. Toen vond ik het maar niets dat ik van mijn moeder geen gebleekte spijkerbroeken mocht dragen enzo. Mijn kinderen weten niet beter dan dat ze altijd een volle kast hebben waarin alles hangt wat ze maar kunnen verzinnen.

  5. Ik denk dat mijn moeder ongeveer dezelfde ervaring heeft. En zelf had ik ook niet veel kleding als kind, in mijn puberteit was er meer geld te besteden en had ik een vollere kledingkast en mocht ik zelf kiezen.
    Ik winkel nu alleen als ik wat nodig heb, zonde van mijn tijd om in die winkels rond te hangen 🙂

  6. Ik ben zelf geboren in de jaren zeventig en heb dus een andere ervaring. Toch ging mijn eigen moeder met ons ook maar een twee keer per jaar met ons achter kledij. Winter en zomer. Dan werd naar een grote kledingwinkel getrokken en kregen we meteen een heleboel. Toen ik ouder werd veranderde dat. Rond mijn zestiende bv. werd er steeds vaker kledij gekocht en schoenen.
    Nu koop ik zelf het hele jaar door gewoon wat ik denk dat ze nodig hebben. Dat is nu makkelijk omdat je veel keuze hebt en niets moet bestellen ofzo.
    De tijden zijn compleet veranderd als zou ik er zelf niet mee inzitten moest er weer minder keuze zijn. Zelf koop ik vaak tweedehandskledij. Dat vind ik zelf unieker dan nieuw in een grote keten.

    Groetjes, Sandra.

  7. Wat plezierig, jouw verhaal. Ik ga dat thuis toch ook eens vragen!
    Mijn mama kocht voor ons graag mooie kleertjes en kocht die vaak in de solden. We kregen ook niet zo heel veel. Enkel wat nodig was. Wat anders dan nu! Ik krijg de kasten niet meer dicht, maar dat komt ook doordat ik zo veel maak 🙂

  8. haha ja ik kan me nog wel herinneren dat mijn moeder altijd zei dat oma de kleding altijd zelf deed maken op de groei en als het te snel kort werd dan werd er gewoon een stukje aangezet!! ik heb zelf ook nog in kleding die mijn oma heeft gemaakt gelopen vond het vroeger zo slecht nog niet tegenwoordig moeten ze allemaal dure merk kleding hebben om er bij te horen nu maar hopen dat die kleine meid gewoon op d’r mama gaat lijken die geeft er dus helemaal niks om!!

  9. Wat een fantastisch verhaal! Wat goed dat je het zo hebt weten te ‘vereeuwigen’!

    Wat betreft recreatief winkelen kan ik kort zijn: dat doen we eigenlijk niet. Als we iets nodig hebben, dan kopen we het nog ’t liefst online. Mijn man zegt wel eens voor de grap dat hij blij is om niet met een ‘echte vrouw’ getrouwd te zijn 😉

  10. Oh, mijn moeder kon 30 jaar geleden ook al heel goed recreatief winkelen. Met de twee meiden die ze toen had kon ze dr hart ophalen. Ze was de hele week voor ons thuis en op zaterdag bleven wij thuis en ging ze lekker alleen naar de stad. Dan kocht ze kleding en stofjes. Ze maakte ook veel zelf maar ook stofjes voor de heb. Er ligt nu nog een kast vol. Nog steeds houdt ze er van recreatief winkelen. Als ik iets nodig heb voor mijn kinderen vraag ik haar zodat ze iets te kopen heeft. Ik houd er nl niet zo van 🙂 MIjn zus houdt ook erg van kwantiteit en koopt regelmatig iets wat toch te netjes is of net niet past. Gelukkig is mijn smaak net iets netter en ben ik ook net iets slanker zodat ik voor mezelf echt weinig koop.

  11. Ik kan mij vooral herinneren dat mijn moeder, grote zus en ik gingen winkelen bij de C&A zo vlak voor onze verjaardag, dan kregen we altijd nieuwe kleren ( zwarte lakschoentjes met witte kanten kniekousen, geweldig vond ik dat ). Trouwens, ik moest het hele jaar door de kleren van mijn zus aan en dat vond ik echt verschrikkelijk! Dus die nieuwe kleren voor mijn verjaardag vond ik echt geweldig!
    Ik ging ook weleens mee naar een kledingzaak om kleren te kopen samen met mijn oma en moeder, voor mijn oma, heerlijk om te kijken wat oma allemaal kocht.
    Nu winkel ik geregeld met mijn dochter en dan gaan we tussendoor ergens wat drinken en eten. We kijken vooral en kopen heus niet altijd kleding of schoenen. Gewoon samen kijken en kletsen, leuk is dat.

  12. Geweldig, klinkt ook een beetje als mijn ma die vertelt dat ze vroegah vanuit Hoogvliet naar de Grote Stad ging voor kleding. Twee maal per jaar, de luxe!

    Doe alleen aan internet winkelen, sinds we op Tholen wonen heb ik niet meer irl gewinkeld, inmiddels bijna twee jaar. Mis het totaal niet….

    Eigenlijk wel heel leuk hoe het vroegah was wat kleding betreft…

Leave a reply

CommentLuv badge