Zingend achter het fornuis

Door Sylvia Witteman (Publiciste)
Bron: Bij magazine, nr. 1 (maart 2004)

Er gloort hoop aan de horizon. Huiselijkheid wordt weer hip. Breien is trendy, en zelf jam maken. Dromerig rondtrippelen met een plumeau. Zingend terug achter het fornuis, in een vrolijke bloemetjesjurk.

Al heb ik ze zelf niet meegemaakt, ik heb al mijn hele leven heimwee naar de jaren vijftig. Heerlijke tijden moeten dat geweest zijn. Geen moeizaam combineren van carrière en kinderen maar zingend achter het fornuis in een vrolijke bloemetjesjurk. Geen ‘partner’ met wie jeonenigheid krijgt over de verdeling van de ‘zorgtaken’, maar een echgenoot met een ferme kaak, een hoed en een nette betrekking. Kinderen hadden geen gameboys en ADHD, maar natgekamde haartjes, gebreide slip-overs en een gezonde eetlust. Een paradijs was het, dat begon af te brokkelen in de rampzalige jaren zeventig. Vrouwen werden door de tijdgeest verstoten uit hun veilige, warme keuken, het harde leven in. Alle heerlijke zekerheden verdwenen: het huishouden was vernederend slavenwerk geworden.

Daar kwam natuurlijk narigheid van. Mannen niet meer regelmatig gevoederd, gewassen en gestreken, liepen weg. Kinderen, verstoken van thee, koekjes en een stalen hand in een fluwelen handschoen, werden brutaal en onhandelbaar. De ooit zo gezellige huiskamers waren wit en leeg, met enge hoekige meubels. Wat deed het er toe, daar kwam toch niemand meer. Het sociale leven voltrok zich in geheel uit roestvrij staal opgetrokken horecagelegenheden. In de onherbergzame keuken stond de magnetron eenzaam te piepen bij het opwarmen van een troosteloos diepvriesmenu. Het schrijnend gemis aan dampende pannenkoeken werd gedempt met coke, XTC of Prozac. Geen wonder dat iedereen in de jaren tachtig en negentig zo ongelukkig was.

Gelukkig gloort er sinds enige tijd hoop aan de horizon. Koken komt weer terug! Maar dan ècht. Niks geen potten wildfond of kant en klare ‘tonijntournedos’ uit de supermarkt: nee, zelf bouillon trekken, garnalen pellen en rollades opbinden. De hele grachtengrodel die decennia lang geleefd heeft van pasta met pesto en afhaalthai, staat thans kruimige piepers te koken op een zespits AGA-fornuis. Trendsetters, die tot voor kort hun geld in sushibars over de balk smeten, besteden het nu aan een zware gietijzeren sudderpan, biologische sukadelapjes en schorseneren van de groentejuwelier. Kom je onverwacht langs bij hippe vrienden, dan ruikte hun huis niet meer doordringend naar l’Eau d’Issey maar naar ambeachtelijke tomatensoep met balletjes. Het kan niet lang meer duren of de Allerhande komt met een fraai vormgegeven reportage over het fokken van kippen op ’t balkon compleet met handige tips voor slachten en plukken.

Hoe meer tijd er in het koken gaat zitten, hoe beter: wie het tegenwoordig nog ostentatief ‘druk druk druk’ heeft, met aan ieder oor een mobieltje, maakt zichzelf zo langzamerhand een beetje belachelijk. En wat in de keuken begonnen is, zet ook op andere fronten door. Stoppen met werken wordt voor voormalige keiharde carrièredames het summun van chic. Hét nieuwe symbool van welvaart: een derde of zelfs vierde kind, dat niet naar de crèche hoeft. Het riante tweeverdienersalaris wordt dan natuurlijk wel gehalveerd. Maar wat geeft het? Geld is passé. Vakanties naar de Galapagoseilanden zijn alweer ouderwets, een tweede auto patserige overdaad. Breien dát is trendy, enz elf jam maken. Dromerig rondtrippelen met een plumeau. Zingen terug achter het fornuis, in een vrolijke bloemtjesjurk. Tijd is het nieuwe geld.

Leave a reply

CommentLuv badge